13-01-17

"Gluren bij de buren", Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar

gluren bij de buren, taal, nederlands, vlaams, taalverschillenGluren bij de buren, Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar

bespreking: Peter Motte, 1484 woorden

Woordenboeken bestaan in allerlei maten. Er zijn dialectwoordenboeken met combinaties met Belgisch-Nederlands, Zuid-Nederlands of Vlaams-Nederlands.

Om met het eenvoudigste te beginnen: Vlaams-Nederlands. In principe is dat Nederlands in Vlaanderen. Maar terwijl tegenwoordig Vlaanderen wordt beschouwd als het Nederlandstalige gebied van België, is er ook een stuk Vlaanderen in het noordwesten van Frankrijk, en in het zuidwesten van Nederland is er Zeeuws-Vlaanderen. Die gebieden hebben de ingweonismen gemeenschappelijk: taalkenmerken die ook in het Engels bestaan en die afkomstig zijn van volkeren uit Noord-Europa.

Het Zuid-Nederlands is een groep Nederlandse dialecten die zich onderscheidt van Noord-Nederlands. De grens tussen beide streken wordt gevormd door de "Grote Rivieren". Dat is een gebied waarin de Rijn en de Maas eerst een tijdje gescheiden van elkaar lopen, om uiteindelijk door allerlei waterlopen en kanalen te verstrengelen, zodat je niet eens meer weet in welk water je zwemt.
De taalkundige scheiding ontstond door de uittocht van Vlamingen in de periode van de Val van Antwerpen. Wie al eens Noord-Brabant heeft bezocht, zal hebben gemerkt dat het Nederlands daar inderdaad anders is dan in bijv. Noord-Holland. Het klinkt in Vlaamse oren vertrouwder door de gemeenschappelijke Brabantse elementen. Het Brabantse dialect is de dominante taalvorm in Vlaanderen, maar komt ook voor in het zuiden van Nederland, ten zuiden van de Grote Rivieren.

Belgisch-Nederlands is Nederlands dat alleen in België wordt gebruikt, ontstaan door de staatkundige scheiding van België en Nederland. Het bevat vooral gallicismen, gemakzuchtige letterlijke vertalingen van het Frans naar het Nederlands, die werden ingevoerd door Vlamingen die gebrekkig onderwijs in hun eigen taal hadden gekregen, maar ook door Franstaligen die Nederlands probeerden te spreken. Een groot deel van de gallicismen is ingevoerd door tweetalige Belgen. Bovendien hebben sommige Franstaligen in de Nederlandstalige streken van België zich wel degelijk aangepast. Spijtig genoeg hebben zij daarbij veel gallicismen ingevoerd.

Als er dus een taalboek of woordenboek over taalverschillen tussen Vlamingen en Nederlanders verschijnt, bestaat het gevaar dat er een potpourri ontstaat doordat taalelementen met totaal verschillende achtergronden door elkaar worden gegooid.
Een extra complicatie is dat Hollands gemakkelijk als echt Nederlands wordt beschouwd. Het is inderdaad de dominante dialectgroep in Nederland, maar de streek ervan is beperkt tot de provincies Zuid- en Noord-Holland, en belangrijke stukken van de aangrenzende provincies. De noordoostelijke streken van Nederland, vooral Groningen, spreken geen Hollands. En de zuidoostelijke streken, zoals rond Maastricht, spreken Limburgs. En zoals hierboven uiteengezet, wordt de zaak gecompliceerd door de Grote Rivieren. Noord-Brabanders klagen soms dat "de Hollanders" hun teksten "te Vlaams" vinden. De kous is dus niet af door "Vlaams" te contrasteren met "Hollands".
Die ingewikkelde achtergrond is een ideale voedingsbodem voor misverstanden over wat Vlaams en correct Nederlands zijn.

Want ondanks alles is er wel degelijk correct en niet correct Nederlands, en de discussie erover wordt vaak verwrongen door verzwegen belangen.
Om te beginnen dient een standaardtaal in de eerste plaats om door zoveel mogelijk mensen over een zo groot mogelijk gebied te worden begrepen. Het gaat niet om cafépraat of om moppen vertellen. Het gaat om wetteksten, contracten, technische handleidingen en wetenschappelijke teksten. Het gaat om rechtszekerheid en duidelijk overgebrachte informatie, die in sommige gevallen van levensbelang is (cfr. veiligheidsrichtlijnen in technische handleidingen). Veel klachten over Standaardnederlands doen daardoor niet ter zake.
Mensen die het zouden moeten weten - taalkundigen, taalleraren en taaljournalisten - lijken dat soms niet door te hebben, en gooien samen met de luidst roependen het kind met het badwater weg. Enige jacht op populariteit om boekjes te verkopen, zal daar niet vreemd aan zijn.
De verschillen tussen al die Nederlandse varianten worden vaak uitvergroot om het publiek te overtuigen. En toch kunnen we nog altijd Nederlandse en Vlaamse radio- en tv-programma's volgen zonder vertaler of tolk. Probeer dat maar eens met het Duits. En hoe verklaar je dat sommigen klagen dat Nederlanders en Vlamingen verschillende talen spreken, terwijl anderen beweren dat je Duits gemakkelijk begrijpt zonder les te volgen? Sommigen zeggen zelfs dat ze Frans zouden leren door gewoon een week in Frankrijk te zijn!
Zulke bedenkingen kun je in het achterhoofd houden als je de inleidingen van Rik Schutz en Ludo Permentier leest. Eigenlijk ontkennen ze die ook niet. Ze willen alleen maar dat de vaststelling over de hoge onderlinge begrijpelijkheid de eer krijgt die ze toekomt en dat er minder streng wordt gereageerd op een afwijking. Maar daarmee lopen ze het risico het idee van de standaardtaal te begraven.

Wat zeggen de auteurs zelf over hun benadering? Wel, in het treffend genoemde Tussenwoord staat: "In dit boek gaat het alleen om woorden en uitdrukkingen. Om precies te zijn: om woorden en uitdrukkingen die maar aan één kant van de grens gebruikelijk zijn en daardoor bij de buren voor verwarring kunnen zorgen, bijvoorbeeld het Vlaamse woord "buitenwipper" en het Nederlandse "beunhaas". Het kunnen ook woorden of uitdrukkingen zijn die een andere betekenis hebben in Nederland en Vlaanderen, zoals "lopen" voor "wandelen" (Nederland) en "rennen" (Vlaanderen). Of juist verschillende woorden of uitdrukkingen die hetzelfde betekenen, bijvoorbeeld "dat zijn vijgen na Pasen" (Vlaanderen) en "dat is mosterd na de maaltijd" (Nederlands) (…) Je vindt in dit boek woorden die in Vlaanderen en Nederland algemeen gebruikt worden, of ze nu tot de spreektaal of de schrijftaal behoren, formeel of informeel zijn, en puristisch of niet. Omdat het alleen om variatie in woorden en uitdrukkingen gaat, staan er in dit boek dus geen woorden waarvan het enige verschil is dat Vlamingen en Nederlanders ze verschillend uitspreken, maar die verder gelijk zijn in spelling en betekenis, en waarvan de gevoelswaarde ook hetzelfde is. (…) Om dezelfde reden vind je in dit boek geen grammaticale verschillen, die overigens toch al gering zijn. "

Maar het echte probleem met het boekje is niet zozeer dat ze erkennen dat er varianten zijn. Het echte probleem is dat ze suggereren dat er één variant in Vlaanderen zou voorkomen. Alleen al de complexiteit van die verschillen maakt duidelijk dat zoiets onmogelijk is.
Ook krijgt de lezer in dit boekje de indruk dat de samenstellers niet vertrekken van objectieve gegevens, maar van hun eigen ervaringen, voorkeuren en omgeving en op basis daarvan woorden als "vreemd" of "niet vreemd" klasseren. Steunen de auteurs op dialectwoordenboeken? Hun gewoonten? Steekproeven? En bij wie hebben ze die steekproeven uitgevoerd?
Het is een goede zaak dat ze geen rekening hielden met uitspraakverschillen, maar taal is meer dan uitspraak. Vlamingen zeggen woorden die slechts een minderheid van hen zal schrijven, en omgekeerd. En hetzelfde geldt ook in Nederland. Daardoor kunnen Nederlandse teksten die voor de andere taalgroep worden aangepast in het beste geval koddig en in het slechtste geval misplaatst overkomen. Bijna elke Vlaming zegt "kleedje" als hij "jurk" bedoelt, maar als "kleedje" op een etalageruit staat, kijkt iedereen vreemd op.
Boekjes als dit gaan voortdurend voorbij aan de grote variatie in de taalverschillen, terwijl ze die zouden verdedigen. Niet elke Vlaming zegt "tas" in plaats van "kopje". Maar "tas" staat wel in het boekje, en de andere varianten niet. "Tas" wordt hier dus tot "gebruikelijk" in Vlaanderen uitgeroepen, terwijl dat niet waar is. Het boekje vermeldt zelfs woorden die ik niet eens ken.
De algemeenheid van sub-standaardtaal is vaak van korte duur. Niet elke Vlaming gebruikt het woord "schuifaf" in plaats van "glijbaan". "Schuifaf" is maar in een klein gebiedje rond Vilvoorde bekend, en kende tijdelijk een bredere verspreiding omdat het ooit de titel van een kinderprogramma was dat werd gemaakt door een tv-zender … in Vilvoorde! Toen het programma verdween, zakte ook het woord weg.

Tegelijk is de ijver voor een algemeen Vlaams een slag in het water. Vlamingen die denken dat Algemeen Vlaams gemakkelijker zou zijn dan Standaardnederlands, vergissen zich. Ze zouden hun taalgebruik nog altijd moeten aanpassen aan dat van anderen. Het blijft vechten tegen de rode balpen. Een standaard blijft een standaard, en niemand wordt daarmee geboren.

Het boekje wekt de indruk dat er over de grens een standaard bestaat, die er niet is. De lezer riskeert zijn taal aan te passen zodat hij nog minder begrepen wordt en bovendien in de verkeerde context met de verkeerde zinsneden uitpakt.

Wat is dan de verdienste van "Gluren bij de buren"?
Het kan een leuk cadeauboekje zijn. Uiteindelijk zijn al die taalverschillen amusant. Je merkt aan de ruime lay-out dat men er een luchtig boekje van wou maken. Er staan zelfs wat cartoons in.
Spijtig genoeg is alleen de lay-out luchtig. De teksten vertellen af en toe een grap op basis van clichés of van "plezante woorden" zoals "poepen". Ook is de uitleg soms onduidelijk. Veel brengt het ons niet bij. Gelukkig kun je het op één avond uitlezen. Het is iets voor onder de kerstboom. Die wordt na de feesten ook in brand gestoken.

Gluren bij de buren, Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar, inleidingen: Rik Schutz & Ludo Permentier, 2016, Utrecht/Antwerpen, Van Dale uitgevers, paperback, 21x12 cm, 130 p's,
isbn 978-94-6077-311-2
prijs: 12,50 euro

woensdag, 11 januari 2017
gluren bij de buren, taal, nederlands, vlaams, taalverschillen

21-10-15

Nieuwe dikkerd bij Van Dale! 15e editie!

van dale, lexicografie, woordenboek, nederlands, groot woordenboek van de nederlandse taal, 2015, 15e editie1864: Calisch en Calisch houden hun verklarend woordenboek Nederlands boven de doopvont. Dat is opvallend, want in hetzelfde jaar verscheen het eerste deel van het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Die parallel tussen het WNT en de Dikke Van Dale is nooit verdwenen.

De reden is eenvoudig: woordenboeken bouwen altijd voort op bestaande woordenboeken, behalve enkele honderden jaren geleden. Maar dat is een ander hoofdstuk van de lexicologie.

Calisch en Calisch wilden zich misschien minstens gedeeltelijk baseren op het WNT.

Maar het WNT was in 1864 niet volledig: alleen het eerste deel van A tot ajuin verscheen. Voor alle andere woorden moesten C&C dus elders te rade gaan. Dat was het door hun vader uitgegeven Fransch-Hollandsch en Hollandsch-Fransch woordenboek. En dat zal wel weer op andere boeken hebben gesteund.

Het Nederlands-Franse deel van het Nieuw Fransch-Nederduitsch en Nederduitsch-Fransch Woordenboek van S.J.M. van Moock werd door Van Dale gecombineerd met het werk van C&C, en zo ontstond in 1872 de eerste Van Dale.
In 1998 werd het WNT eindelijk voltooid, en gedurende al die jaren werd bij elke nieuwe editie van de Dikke Van Dale geput uit de resultaten van de WNT, aangevuld met zelfs inzendingen van de gebruikers.

Er is echter een probleem met het WNT: het werk was zo groots opgevat, dat op een bepaald moment werd besloten niet alle Nederlandse woorden op te nemen. Daarvoor werd zelfs een ander project opgestart. Bovendien had het WNT wetenschappelijke pretenties: elke ingang is een poging om de etymologie van het woord te beschrijven, en niet alleen de betekenis ervan. Het boek werd ook afgeladen met vindplaatsen van de woorden, om te bewijzen dat de vastgestelde etymologische, grammaticale en semantische ontwikkelingen juist waren. Daardoor is het om woorden op te zoeken compleet onbruikbaar.

Nog erger is dat het is gespeld volgens de spellingregels uit de 19e eeuw, zelfs toen die al lang waren opgegeven. Zeker daardoor is het voor de huidige gebruikers onleesbaar.

Het resultaat was in elk geval dat iedere nieuwe Van Dale dikker werd. De eerste uitgave was al omvangrijk, maar kon nog als één deel worden gepubliceerd. Uiteindelijk groeide het uit tot de huidige drie delen, en naar verluidt zou het daar bij blijven.

Dat is echter de vraag: ook deze uitgave telt weer meer woorden dan de vorige, zelfs al werden er heel wat geschrapt. Het boek werd aangevuld met allerlei nieuwigheden, die voor het WNT niet eens denkbaar waren. Zoals app.

Leuk is dat de Dikke Van Dale de etymologie niet helemaal heeft opgegeven. Die wordt bij sommige lemma's in een andere kleur weergegeven, zodat bij 'app' wordt vermeld dat het is afgeleid van het Engelse 'application'. Soms staat er ook een datum bij, 'Apostaat' blijkt al in 1504 in het Nederlands voor te komen.

In de vorige editie werden in de Van Dale ook illustraties toegevoegd. Dat is noodzakelijk om te voorkomen dat je in cirkeltjes leest. De tekeningen zijn wat klein, en er zouden er meer mogen zijn. Het zou bijvoorbeeld geen slecht idee zijn om bij 'wiskunde' of een gelijkaardig woord meerdere wiskundige figuren samen af te beelden. Er zijn ook niet echt veel afbeeldingen. Als je wat bladert, moet je zelfs wat geluk hebben om er eentje te vinden. Op dat gebied kan het boek dus nog worden verbeterd.

Toen de nieuwste editie werd voorgesteld, gewaagden sommigen dat het de laatste papieren versie zou zijn. Wij betwijfelen dat. Om te beginnen is de Van Dale nooit iets geweest dat echt in grote aantallen werd gekocht. Het is altijd een boek geweest dat je één of twee keer in je leven kocht om er zo lang mogelijk mee te doen. De normale huidige prijs is 179 euro, en de voorintekenprijs was 149 euro. Ter vergelijking: de nieuwe editie van 1984 kostte 6000 BEF, dus eigenlijk evenveel als de huidige voorintekenprijs. En dat was dertig jaar geleden. Het is dus nooit een boek geweest dat je er even tussendoor kocht. Waarom zou dat nu anders zijn? En waarom zou het dan nu worden weggeconcurreerd door internettoepassingen? Overigens: wie de papieren versie koopt, krijgt er één jaar gratis internettoegang bij.

Sommigen wijzen erop dat mobiele toepassingen zo'n zwaar boek van ongeveer zes kilogram overbodig zouden maken, maar mobiele toepassingen zijn evenmin altijd handig. Dus dat zit ook wel snor. En de kleinere pocketwoordenboeken verschijnen ook nog altijd.

Dus ergens zal dat papieren woordenboek wel overleven. Er zijn enkele nadelen, maar er zijn ook voordelen. Nog altijd slaagt geen enkel computerscherm erin om hetzelfde overzicht te bieden als een blad papier. We herinneren ons zelfs dat het schrijven op beeldscherm een aanpassing vroeg doordat het overzicht slechter was. En de Dikke Van Dale heeft aan die overzichtelijkheid nog bijgedragen, doordat bij lange lemma ook een mini-inhoudsopgave staat.

De encyclopedische waarde is versterkt doordat er kaderteksten werden toegevoegd, maar die beperken zich tot vaktermen uit de taalwetenschap, spelling en lexicografie. Rekening houdende met de soms waanzinnige veranderingen die de Spellingcommissie de laatste decennia probeerde door te voeren (o.a. het hilarische '1 aprilgrap' i.p.v. '1-aprilgrap'), is dat heel welkom.

Met deze nieuwe Van Dale zijn we weer gered voor tien jaar.

Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse taal, 2015, 15e editie, Van Dale Lexicografie, 179 euro (voorintekenprijs 149 euro)

01-04-13

Aprilgrap

Sommigen steken nog altijd de draak met de Nederlandse Taalunie door hun spellingveranderingen.

Zie hier

19-12-11

Uitbreiding van de spellingregels?

Het Pinkhof Geneeskundig woordenboek is erg bekend onder medici en medische vertalers.
Het is verkrijgbaar op cd-rom, met... spellingcontrole.

Nu zouden de gezondheidsdiensten in Nederland en België een taalprobleem minder hebben door de introductie van de vaktaalspelling in de twaalfde druk van Pinkhof Geneeskundig woordenboek
.
De vaktaalspelling is door de redacteuren Van den Eerenbeemt, taalkundige, en Van Everdingen, arts, ontwikkeld in overleg met de Nederlandse Taalunie en het Nederlandse WHO-FIC-centrum. Het vormt een aanvulling op de officiële spellingregels van de Woordenlijst Nederlandse Taal (Groene boekje), maar is niet verplicht.

De medische taal wordt complexer en internationaler van samenstelling. Daardoor varieert de uitspraak op de werkvloer en schieten standaardspellingregels voor het Nederlands tekort. Een medische term kan allerlei vreemde woorddelen bevatten, zoals Engelse, Griekse, Latijnse en andere vreemdtalige woorddelen, cijfers, en afkortingen. Die zijn onderling verbonden met streepjes, haken en spaties. Eén spelfout in zo'n vakterm en de medische betekenis verandert soms onbedoeld, en dat kan leiden tot een misverstand.

'Ureteraal', bijvoorbeeld, is de urineleider boven de blaas, en `urethraal' is de afvoerbuis onder de blaas. `Aclasie' is niet hetzelfde als `aclusie' of `occlusie'.

Bij het WHO-FIC-centrum van de Wereldgezondheidsorganisatie werkt een team van medisch terminologen en classificatiekundigen aan de Nederlandse editie van de ICD-10. ICD-10 wordt wereldwijd gebruikt als officieel overzicht van ruim 80.000 ziekten. In het vertaalwerk worden de beperkingen van de spellingregels in de Woordenlijst duidelijk. Die regels zijn vooral bedoeld voor algemeen Nederlands en minder voor medische en technische termen. De terminologen werkten samen met de woordenboekredacteuren, met als resultaat enkele voor artsentaal opgestelde spellingregels. Deze uitbreiding maakt de Nederlandstalige ICD-editie in 2012 consistent van spelling en digitaal beter raadpleegbaar.

De medische taal had onder andere problemen met het wereldvreemde idee van de spellingcommissie om "10-eurobiljet" te schrijven als "10 eurobiljet".
"3 6 afleidingen-ECG's" (met streepje en hoofdletters) mag nu geschreven worden als "3 6-afleidingen-ecg's".

16-12-09

Tekst van de besluitenlijst Comité van Ministers van 23 april 2007

Wegens het belang hiervan voor de Nederlandse taalgemeenschap, nemen we het hier integraal over:

66ste vergadering van het Comité van Ministers - Breda, 23 april 2007

1. Actieplan en begroting 2007

Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, gelet op

* de overdracht per 1 januari 1986 van de Prijs der Nederlandse Letteren aan de Nederlandse Taalunie,

* zijn besluit van 10 mei 1988 inzake de vaststelling van het reglement van de Prijs der Nederlandse Letteren,

* zijn besluit van 25 april 2005 tot herziening van het reglement van de Prijs der Nederlandse Letteren,

* de voordracht door de jury voor de Prijs der Nederlandse Letteren 2007, besluit

om tot laureaat voor de Prijs der Nederlandse Letteren 2007 uit te roepen: Jeroen Brouwers

2. Meerjarenbeleidsplan en conceptbegroting 2008-2012

Het Comité van Ministers stelt 'Nederlands zonder drempels; meerjarenbeleidsplan 2008 - 2012' van de Nederlandse Taalunie vast. De bijbehorende begroting wordt vastgesteld onder voorbehoud van de jaarlijkse begrotingsvaststelling.

Oriëntaties

Gebruikers van de Nederlandse taal mogen niet op communicatieve en informatieve drempels stuiten. De Nederlandse Taalunie ziet zich in de komende periode voor de taak gesteld de taal en haar gebruikers zodanig te faciliteren dat aan dit uitgangspunt tegemoet gekomen kan worden. Het Comité van Ministers acht de volgende oriëntaties als richtinggevend in de komende periode:

A taalgebruiker én taal centraal; functioneel georiënteerd;

B denken en werken vanuit de taalgebruikers; doelgroep- en publieksgeoriënteerd;C resultaten die aanslaan; doel- en effectgeoriënteerd;

D leren van anderen; omgevingsgeoriënteerd;

E inhoudelijke oriëntatie

* (laten) ontwikkelen, ontsluiten, onderhouden van een infrastructuur van en over het Nederlands;

* meertaligheid;

* dwarsverbanden tussen werkterreinen.

Uiteraard blijft het Taalunieverdrag aan de basis liggen van alle activiteiten. Dit impliceert onder andere dat activiteiten steeds vanuit een Nederlands-Vlaams-Surinaams perspectief bezien worden.

Begroting

De begroting in de periode 2008-2012 wordt constant gehouden met de begroting in de periode 2003-2007. Op twee punten stemt het Comité van Ministers in met een (tijdelijke) uitbreiding van de begroting:

* de Verdragspartijen leveren voor de duur van de meerjarenbeleidsperiode op projectbasis een extra inspanning voor het werkterrein onderwijs binnen het taalgebied van in totaal € 69.000,- (€ 46.000 voor Nederland, € 23.000 voor Vlaanderen) op jaarbasis;

* de Verdragspartijen hogen de begroting van de Taalunie structureel op voor het (versneld) vullen van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) met een geoormerkt bedrag van € 600.000 (€ 400.000 voor Nederland, € 200.000 voor Vlaanderen) op jaarbasis.

Rekening houdend met de (tijdelijke) uitbreiding wordt als financiële basis voor de jaarlijkse begroting uitgegaan van € 9.461.000, naar rato bij te dragen door Nederland (€ 6.128.000) en Vlaanderen (€ 3.333.000). Daarnaast is er sprake van overige inkomsten, zoals inkomsten uit royalty's of bijdragen door derden. Deze 'overige inkomsten' variëren van jaar tot jaar.

De bijdrage van Suriname bestaat uit de noodzakelijke capaciteit en huisvesting om de plannen te kunnen realiseren. Daarnaast draagt Suriname op projectbasis bij aan onder andere de uitvoering van het onderwijsprojecten in Suriname.

3. Conceptactieplan en conceptbegroting 2008

Het Comité van Ministers stelt de conceptbegroting 2008 van de Nederlandse Taalunie vast en keurt het conceptactieplan 2008 goed. De conceptbegroting is opgebouwd uit € 9.741.000 bijdragen en € 3.005.000 overige inkomsten. Van de bijdragen wordt € 6.309.000 ter beschikking gesteld door het Nederlandse ministerie van OCW en € 3.432.000 door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Beide ministeries reserveren dit bedrag voor het werkjaar 2008 alvast op hun begroting.

Daarnaast stelt het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling van de Republiek Suriname capaciteit beschikbaar voor het realiseren van activiteiten in het kader van de Nederlandse Taalunie die zijn gericht op Suriname. Het conceptactieplan en de conceptbegroting 2008 van de Nederlandse Taalunie worden voor commentaar voorgelegd aan de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en de Interparlementaire Commissie.

4. Spellingcommissie - samenstelling en opdracht

Het Comité van Ministers is de mening toegedaan dat met de laatste, relatief bescheiden aanpassingen in de Woordenlijst Nederlandse Taal, de spelling van het Nederlands nagenoeg volledig beschreven is. Dit impliceert dat nu het accent kan komen te liggen op beheer, onderhoud en het volgen van de natuurlijke ontwikkeling van de taal (actualisering). Tegen deze achtergrond en rekening houdend met de conclusies uit de Evaluatie van de Werkgroep Spelling en de aanbevelingen uit de brief van de Raad der Nederlandste Taal en Letteren van 16 februari 2007, besluit het Comité van Ministers:

* niet eerder dan in 2010 een opdracht te formuleren voor een pas dan te benoemen nieuwe Commissie Spelling van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren, ter voorbereiding van de in 2015 te verschijnen geactualiseerde editie van de Woordenlijst Nederlandse Taal;

* de leden van de zittende Commissie Spelling te verzoeken:

- een eindversie van de zogenoemde Technische Handleiding tot stand te brengen die zich leent voor openbaarmaking en

- zich beschikbaar te houden voor advisering over interpretatieproblemen binnen de huidige spellingregels;

* door het Algemeen Secretariaat in kaart te laten brengen welke problemen in het basis- en secundair/voortgezet onderwijs Nederlands worden ervaren bij het spellingonderwijs en op welke manier men bij het oplossen daarvan zou kunnen en willen worden ondersteund;

* door het Algemeen Secretariaat in kaart te laten brengen welke technische problemen media en uitgevers ervaren bij het toepassen van de officiële spelling en op welke manier men bij het oplossen daarvan zou kunnen en willen worden ondersteund;

* de geactualiseerde Woordenlijst 2015 in digitale vorm als basisdocument beschikbaar te maken; de Nederlandse Taalunie zal niet als auteur van een commerciële uitgave in boekvorm optreden.

5. Evaluatie EFNIL

Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van het evaluatierapport van het Algemeen Secretariaat over de doelstellingen en verwezenlijkingen van de Europese Federatie van Nationale Taalinstellingen (EFNIL) en over de positie van de Nederlandse Taalunie daarbinnen.

Het Comité van Ministers heeft ook kennis genomen van het voorstel voor de samenstelling van een externe evaluatiecommissie. Het vraagt de algemeen secretaris:

* de eigen evaluatie aan te vullen met een beperkte enquête onder de andere

* lidorganisaties van EFNIL over hun motieven voor toetreding tot EFNIL, hun ervaringen tot nu toe, hun verwachtingen voor de toekomst en hun perceptie van rol en positie van de Nederlandse Taalunie in het geheel;

* een evaluatiecommissie ad hoc samen te stellen. De commissie moet voorafgaande aan de najaarsvergadering van het Comité een rapport met aanbevelingen voorbereiden, op basis van de notitie van het Algemeen Secretariaat, van de enquête onder andere lidorganisaties van EFNIL en eventuele eigen contacten.

Op basis hiervan zal het Comité in oktober 2007 besluiten over de positionering van de Taalunie ten aanzien van de Federatie gedurende de nieuwe beleidsperiode 2008 - 2012.

Kwakkel

Taalunieversum doet het bericht over een wijziging in 2015 af als een kwakkel.

Klik hier voor het volledig artikel.

Een uittreksel:

"Het ANP heeft vandaag het bericht verspreid dat de Nederlandse Taalunie volgend jaar begint met de voorbereidingen van nieuwe spellingsregels, die in 2015 verschijnen.

Dat is niet juist. Reeds in 2007 liet het Comité van Ministers weten dat het regelsysteem van de Nederlandse spelling met de editie van 2005 is voltooid. De ministers van de Taalunie stellen in hetzelfde besluit dat daarom bij nieuwe edities van de Woordenlijst Nederlandse Taal (Groene Boekje) het accent kan komen te liggen op beheer en onderhoud.

Ze schrijven ook:

"De Taalunie is zich er goed van bewust dat de meeste taalgebruikers geen nieuwe spellingregels wensen."

Het lijkt tot hen door te dringen.

De volledige tekst van het besluit.

Bindt Taalunie in?

Nu op De Standaard Online:

>

Taalunie houdt woordenlijst weer tegen het licht>

* woensdag 16 december 2009>

* Bron: DS/ANP>

* Auteur: svh, wle>

NIJMEGEN - De Nederlandse Taalunie actualiseert in 2015 de Woordenlijst Nederlandse Taal. Het gaat niet om een hervorming van de spellingsregels. >

Al in 2007 besliste het Comité van Ministers weten dat het regelsysteem van de Nederlandse spelling met de editie van 2005 is voltooid.>

Bij nieuwe edities van de Woordenlijst Nederlandse Taal, zoals de geplande herziening van 2015, moet het accent kan komen te liggen op 'beheer en onderhoud'. Ten vroegste volgend jaar wordt de commissie samengesteld die zich over de mogelijke aanpassingen moet buigen.>

Volgens de Taalunie is niemand vragende partij voor het opstellen van nieuwe spellingregels. De aanpassign moet dan vooral ook voor 'meer gebruiksgemak' zorgen. De nieuwe lijst moet dan ook vooral woorden bevatten die nog niet in de oude staan, en moet beter doorzoekbaar zijn.>

Een nieuwe papieren editie van 'het Groen Boekje' komt er niet. Voortaan volstaat een gratis digitale lijst, aldus de Taalunie. >

Eerder vandaag had taalkundige Anneke Neijt van de Radboud Universiteit in het Nederlandse Nijmegen gevraagd om aanpassingen die de spelling eenvoudiger moeten maken.>

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende