16-10-05

Wat is het nut van een spellingwijziging?

Weinig echte aandacht voor de nieuwe spelling in de brievenrubrieken van kranten. Normaal. De mensen bekommeren zich meer om iets als 15% roerende voorheffing op beveks dan om spelling.

De spellingaanpassing kwam in België dus eigenlijk op het goede moment, want ze wordt door belangrijkere zaken naar de achtergrond gedrongen.

Maar dat betekent niet dat het zomaar mag worden weggemoffeld. Want wat houdt het wijzigen van spelling in?

We hebben een regering die enerzijds oudere werknemers aan het werk probeert te houden, maar die anderzijds wél een spellingherziening tot wet verheft. Waardoor ze direct een aantal oudere werknemers in taalsectoren nog wat minder aantrekkelijk maakt. Na al het gedoe om leraren niet op 55 ter beschikking te stellen, worden die leraren plots verplicht om enkele dagen te verknoeien om een lijst van meer dan 20 pagina's van gewijzigde woorden te bestuderen. Dezelfde steek onder water krijgen de oudere vertalers, journalisten, redacteurs en schrijvers te verteren.

En waarom? Omdat enkele mensen met een beperkt denkraam die in een spellingcommissie zetelen - en daar vermoedelijk zichzelf hoogst intelligent vinden -, oordelen dat het maar eens anders moet.

Toegegeven: sommige wijzigingen zijn een goed idee. Maar moeten ze per se worden gewijzigd? Wat gaan we er al bij al op vooruit als die wijzigingen worden doorgevoerd? Worden de klimaatproblemen ermee opgelost? De werkloosheid? Het eindeloopbaandebat? De enigen die er zeker beter van worden zijn de uitgevers van het Groene Boekje en van enkele woordenboeken. En dat eigenlijk omdat sommige mensen min of meer verplicht worden om hun spellingkennis aan te passen.

En daarom moeten de beroepen waarvoor taal belangrijk is, om de tien jaar tijd en geld besteden aan iets wat voor hun al bij al bijzaak is.

Vertalers worden verplicht te leren spellen, terwijl hun probleem is of ze de goede vaktermen gebruiken. Leraren moeten kannibaliseren op tijd om lessen voor te bereiden. Journalisten op tijd om zich te informeren. Enzovoort.

En dat met als belangrijkste resultaat kapitaalvernietiging, want wie de laatste jaren woordenboeken heeft gekocht, zit toch plots opgezadeld met vergooid geld (spijtig voor die dikke Van Dale die u de kleine gaf toen hij naar een hoger studiejaar ging).

Dat er een stelletje minkukels in een commissie bij elkaar kruipen om uit te zoeken hoe ze de spelling kunnen veranderen, tot daar aan toe. Iedereen heeft zijn favoriete hobby. Maar waarom op kosten van de belastingbetaler, en waarom de resultaten ervan achteraf nog eens via een wet aan de bevolking opdringen? Zouden onze politici (in casu een als econoom afgestudeerde minister die nu plots door de heilige geest over alle finesses van de spelling lijkt te zijn ingelicht) hun verstand niet beter gebruiken als ze die hele heisa links lieten liggen, en zich eens met ernstige zaken zouden bezig houden, i.p.v. er al of niet bewust voor te zorgen dat het Groene Boekje in Vlaanderen vier miljoen euro omzet oplevert?

19:26 Gepost door --- | Permalink | Commentaren (2) | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print | Pin it! | | |

Commentaren

Groene Boekje anno 2005 Dominiek Sandra stelt dus in De Standaard van 14 oktober: Spellers accepteren geen onzekerheid: ze willen duidelijke voorschriften, zodat ze spellingfouten kunnen vermijden. Ik heb dat fabeltje ook geloofd. Totdat het Groene Boekje anno 1995 verscheen. Een knoeiboel zonder voorgaande die helemáál niet aan die verzuchting tegemoet kwam (in tegendeel), wat me het ding prompt deed deponeren waar het thuishoorde: in de prullenbak.

Bij gebrek aan beter heb ik me dan de taalkundige versie van de “Nieuwe Spelling” (alias Geerts-spelling) eigen gemaakt zoals ze verscheen in deel I van Voorzetten 44 (een uitgave van de Nederlandse Taalunie overigens). Ik gebruikte daarbij een erg handige samenvatting van Gert Meesters, die ik op een halve dag onder de knie had omdat ze zó helder en eenduidig is dat ze nog steeds niet geëvenaard werd. Ik deed dat omdat ook ik uitging van de waarneming (met de woorden van Dominiek Sanders): Hoe minder twijfel er bestaat omtrent de toepassing van een spellingpincipe, hoe meer tijd een schrijver overhoudt voor datgene waar het bij de communicatie eigenlijk om gaat: de inhoud, de opbouw, de argumentatiekracht. Als het goed is kan de bedoelde samenvatting nog steeds geraadpleegd worden op http://www.storme.be/geerts.html

Ik volg ze niet helemaal: de regels voor de tussenletters lap ik aan mijn hielen. Hét probleem met die regels is, dat de n en de s niet zomaar tussenletters zijn: ze zijn in de allereerste plaats het geëigende middel om het verschil tussen enkelvoud en meervoud weer te geven. Een betekenisverschil dus, en dat is niet niks. Nou mag de wereld op zijn kop gaan staan, maar ik eis het recht op om in een tekst dat verschil óók in het eerste deel van een samenstelling te kunnen weergeven zónder daarvoor als foutschrijver gebrandmerkt te worden. Als je begrijpt wat ik bedoel. En vermits de Nederlandse Taalunie volgestouwd lijkt te zijn met analfabeten die dat niet begrijpen: de straat die naar het station loopt wil ik de stationstraat kunnen noemen en de straat die meerdere stations met elkaar verbindt de stationsstraat. Ja, toch? Mutatis mutandis voor de n. Amen en uit.

Het doemdenken in de trant van dat het gebruik van afwijkende spellingen geassocieerd wordt met ‘niet weten hoe het moet’ of ‘onaangepast, dwarsliggerig gedrag’ zoals de heer Smulders van het Genootschap Onze Taal me destijds schreef, is onjuist gebleken: ik heb in die tien jaar niet één keer zelfs maar één opmerking gehoord. En ik schrijf nogal wat. De nuchtere overwegingen van efficiëncy en eenheid van stijl die deze man me voorhield blijken helemáál niet nuchter te zijn: zelfs “nuchtere” computers waarvoor tot spaties toe van belang zijn vereisen geen eenvormige spelling (meer): zoekmachines op het internet geven vandaag de dag netjes de gevraagde gegevens weer, mét - als er varianten bekend zijn - de vraag Bedoelde u zo-en-zo? Niet te verwonderen als je weet dat computers gebouwd zijn op het Engels, een taal die krioelt van de dubbelspellingen (af/augh; ct/x; ey/y; o/ou; re/er; s/z). Overigens net zoals beide andere op het schavotje van de top-drie belangrijkste westerse talen, met name het Spaans en het Portugees. Zelfs de Duitsers laten tegenwoordig de regelneverij voor wat ze is. De strenge regels van de Académie Française hebben de neergang van het Frans niet kunnen tegenhouden, daar hoeven we het dus niet voor te doen.

Ik kan er dan ook niet bij dat de medewerkers van de huidige herziening niet door de grond zinken van schaamte bij de uitgave van dit jaar. Ze weten duidelijk niet “hoe het moet”: ze plassen naast de pot als ze beweren dat ze een efficiënter schrijfproces mogelijk maken. Het is oude en bovendien verzuurde wijn in nieuwe zakken, dat maak je niet goed met een beetje suiker. Het nieuwe Groene Boekje hoort gewoon thuis bij het vorige: in de prullenbak.

Marc van Oostendorp hoeft geen gelijk meer te krijgen: hij hééft gelijk, overschot van gelijk zelfs. Als de Nederlandse Taalunie nog een greintje geloofwaardigheid wil overhouden (van gezag is allang geen sprake meer, tenzij bij wie daar ambtshalve toe verplicht is – maar dat noem ik geen gezag) dan moet ze haar tengels van onze spelling afhouden. We hebben géén boodschap aan een berg die keer op keer mismaakte muizen baart. Onze centen zijn een beter doel waard. Ik onderteken dus mee zijn stelling in dezelfde krant Laten we het Groene Boekje gewoon negeren. Spontaan parafraseer ik daarbij Hans van Deventer’s “Ja en Amen”-paladijnen:


Wie nog spellingpaus wil spelen
in ons eigen talendal
moet dat doen op eigen kosten
en alléén met karnaval.

Gepost door: Leo | 22-10-05

Afgelopen! Als literair vertaler ben ik sinds 35 jaar een professioneel gebruiker van het geschreven Nederlands. In 1995 keek ik naar een zinnige wijziging van de Nederlandse spelling uit, omdat het nu eenmaal onzin was om twee of meer spellingen naast elkaar te hebben. Wat er als voorstel op tafel lag, was misschien niet perfect, maar wel zinnig. Wat er door de schuld van een paar hardschreeuwers uiteindelijk gekomen is, is onzinnig. Ik heb me knarsetandend aangepast. Wat er nu gebeurt, is zonder meer kolderiek. En mijn conclusie is: afgelopen! Ik geef het op! Ze kunnen de pot op met hun zoveelste spelling. Laat mijn redacteuren het maar oplossen, als ze er nog zin in mochten hebben. Maar ik hoop eigenlijk dat de uitgevers hun gezond verstand laten spreken en deze flauwekul doodgewoon naast zich neerleggen. Wie zijn eigenlijk de dames en heren die zich op mijn en uw kosten met dit spelletje bezighouden? Wat mij betreft, is de Nederlandse spelling van nu af aan alleen nog goed voor volksvermaak à la 'Groot Dictee der Nederlanden'. Niet meer voor mij. Afgelopen!

Gepost door: Frans Denissen | 22-10-05

De commentaren zijn gesloten.