13-01-17

"Gluren bij de buren", Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar

gluren bij de buren, taal, nederlands, vlaams, taalverschillenGluren bij de buren, Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar

bespreking: Peter Motte, 1484 woorden

Woordenboeken bestaan in allerlei maten. Er zijn dialectwoordenboeken met combinaties met Belgisch-Nederlands, Zuid-Nederlands of Vlaams-Nederlands.

Om met het eenvoudigste te beginnen: Vlaams-Nederlands. In principe is dat Nederlands in Vlaanderen. Maar terwijl tegenwoordig Vlaanderen wordt beschouwd als het Nederlandstalige gebied van België, is er ook een stuk Vlaanderen in het noordwesten van Frankrijk, en in het zuidwesten van Nederland is er Zeeuws-Vlaanderen. Die gebieden hebben de ingweonismen gemeenschappelijk: taalkenmerken die ook in het Engels bestaan en die afkomstig zijn van volkeren uit Noord-Europa.

Het Zuid-Nederlands is een groep Nederlandse dialecten die zich onderscheidt van Noord-Nederlands. De grens tussen beide streken wordt gevormd door de "Grote Rivieren". Dat is een gebied waarin de Rijn en de Maas eerst een tijdje gescheiden van elkaar lopen, om uiteindelijk door allerlei waterlopen en kanalen te verstrengelen, zodat je niet eens meer weet in welk water je zwemt.
De taalkundige scheiding ontstond door de uittocht van Vlamingen in de periode van de Val van Antwerpen. Wie al eens Noord-Brabant heeft bezocht, zal hebben gemerkt dat het Nederlands daar inderdaad anders is dan in bijv. Noord-Holland. Het klinkt in Vlaamse oren vertrouwder door de gemeenschappelijke Brabantse elementen. Het Brabantse dialect is de dominante taalvorm in Vlaanderen, maar komt ook voor in het zuiden van Nederland, ten zuiden van de Grote Rivieren.

Belgisch-Nederlands is Nederlands dat alleen in België wordt gebruikt, ontstaan door de staatkundige scheiding van België en Nederland. Het bevat vooral gallicismen, gemakzuchtige letterlijke vertalingen van het Frans naar het Nederlands, die werden ingevoerd door Vlamingen die gebrekkig onderwijs in hun eigen taal hadden gekregen, maar ook door Franstaligen die Nederlands probeerden te spreken. Een groot deel van de gallicismen is ingevoerd door tweetalige Belgen. Bovendien hebben sommige Franstaligen in de Nederlandstalige streken van België zich wel degelijk aangepast. Spijtig genoeg hebben zij daarbij veel gallicismen ingevoerd.

Als er dus een taalboek of woordenboek over taalverschillen tussen Vlamingen en Nederlanders verschijnt, bestaat het gevaar dat er een potpourri ontstaat doordat taalelementen met totaal verschillende achtergronden door elkaar worden gegooid.
Een extra complicatie is dat Hollands gemakkelijk als echt Nederlands wordt beschouwd. Het is inderdaad de dominante dialectgroep in Nederland, maar de streek ervan is beperkt tot de provincies Zuid- en Noord-Holland, en belangrijke stukken van de aangrenzende provincies. De noordoostelijke streken van Nederland, vooral Groningen, spreken geen Hollands. En de zuidoostelijke streken, zoals rond Maastricht, spreken Limburgs. En zoals hierboven uiteengezet, wordt de zaak gecompliceerd door de Grote Rivieren. Noord-Brabanders klagen soms dat "de Hollanders" hun teksten "te Vlaams" vinden. De kous is dus niet af door "Vlaams" te contrasteren met "Hollands".
Die ingewikkelde achtergrond is een ideale voedingsbodem voor misverstanden over wat Vlaams en correct Nederlands zijn.

Want ondanks alles is er wel degelijk correct en niet correct Nederlands, en de discussie erover wordt vaak verwrongen door verzwegen belangen.
Om te beginnen dient een standaardtaal in de eerste plaats om door zoveel mogelijk mensen over een zo groot mogelijk gebied te worden begrepen. Het gaat niet om cafépraat of om moppen vertellen. Het gaat om wetteksten, contracten, technische handleidingen en wetenschappelijke teksten. Het gaat om rechtszekerheid en duidelijk overgebrachte informatie, die in sommige gevallen van levensbelang is (cfr. veiligheidsrichtlijnen in technische handleidingen). Veel klachten over Standaardnederlands doen daardoor niet ter zake.
Mensen die het zouden moeten weten - taalkundigen, taalleraren en taaljournalisten - lijken dat soms niet door te hebben, en gooien samen met de luidst roependen het kind met het badwater weg. Enige jacht op populariteit om boekjes te verkopen, zal daar niet vreemd aan zijn.
De verschillen tussen al die Nederlandse varianten worden vaak uitvergroot om het publiek te overtuigen. En toch kunnen we nog altijd Nederlandse en Vlaamse radio- en tv-programma's volgen zonder vertaler of tolk. Probeer dat maar eens met het Duits. En hoe verklaar je dat sommigen klagen dat Nederlanders en Vlamingen verschillende talen spreken, terwijl anderen beweren dat je Duits gemakkelijk begrijpt zonder les te volgen? Sommigen zeggen zelfs dat ze Frans zouden leren door gewoon een week in Frankrijk te zijn!
Zulke bedenkingen kun je in het achterhoofd houden als je de inleidingen van Rik Schutz en Ludo Permentier leest. Eigenlijk ontkennen ze die ook niet. Ze willen alleen maar dat de vaststelling over de hoge onderlinge begrijpelijkheid de eer krijgt die ze toekomt en dat er minder streng wordt gereageerd op een afwijking. Maar daarmee lopen ze het risico het idee van de standaardtaal te begraven.

Wat zeggen de auteurs zelf over hun benadering? Wel, in het treffend genoemde Tussenwoord staat: "In dit boek gaat het alleen om woorden en uitdrukkingen. Om precies te zijn: om woorden en uitdrukkingen die maar aan één kant van de grens gebruikelijk zijn en daardoor bij de buren voor verwarring kunnen zorgen, bijvoorbeeld het Vlaamse woord "buitenwipper" en het Nederlandse "beunhaas". Het kunnen ook woorden of uitdrukkingen zijn die een andere betekenis hebben in Nederland en Vlaanderen, zoals "lopen" voor "wandelen" (Nederland) en "rennen" (Vlaanderen). Of juist verschillende woorden of uitdrukkingen die hetzelfde betekenen, bijvoorbeeld "dat zijn vijgen na Pasen" (Vlaanderen) en "dat is mosterd na de maaltijd" (Nederlands) (…) Je vindt in dit boek woorden die in Vlaanderen en Nederland algemeen gebruikt worden, of ze nu tot de spreektaal of de schrijftaal behoren, formeel of informeel zijn, en puristisch of niet. Omdat het alleen om variatie in woorden en uitdrukkingen gaat, staan er in dit boek dus geen woorden waarvan het enige verschil is dat Vlamingen en Nederlanders ze verschillend uitspreken, maar die verder gelijk zijn in spelling en betekenis, en waarvan de gevoelswaarde ook hetzelfde is. (…) Om dezelfde reden vind je in dit boek geen grammaticale verschillen, die overigens toch al gering zijn. "

Maar het echte probleem met het boekje is niet zozeer dat ze erkennen dat er varianten zijn. Het echte probleem is dat ze suggereren dat er één variant in Vlaanderen zou voorkomen. Alleen al de complexiteit van die verschillen maakt duidelijk dat zoiets onmogelijk is.
Ook krijgt de lezer in dit boekje de indruk dat de samenstellers niet vertrekken van objectieve gegevens, maar van hun eigen ervaringen, voorkeuren en omgeving en op basis daarvan woorden als "vreemd" of "niet vreemd" klasseren. Steunen de auteurs op dialectwoordenboeken? Hun gewoonten? Steekproeven? En bij wie hebben ze die steekproeven uitgevoerd?
Het is een goede zaak dat ze geen rekening hielden met uitspraakverschillen, maar taal is meer dan uitspraak. Vlamingen zeggen woorden die slechts een minderheid van hen zal schrijven, en omgekeerd. En hetzelfde geldt ook in Nederland. Daardoor kunnen Nederlandse teksten die voor de andere taalgroep worden aangepast in het beste geval koddig en in het slechtste geval misplaatst overkomen. Bijna elke Vlaming zegt "kleedje" als hij "jurk" bedoelt, maar als "kleedje" op een etalageruit staat, kijkt iedereen vreemd op.
Boekjes als dit gaan voortdurend voorbij aan de grote variatie in de taalverschillen, terwijl ze die zouden verdedigen. Niet elke Vlaming zegt "tas" in plaats van "kopje". Maar "tas" staat wel in het boekje, en de andere varianten niet. "Tas" wordt hier dus tot "gebruikelijk" in Vlaanderen uitgeroepen, terwijl dat niet waar is. Het boekje vermeldt zelfs woorden die ik niet eens ken.
De algemeenheid van sub-standaardtaal is vaak van korte duur. Niet elke Vlaming gebruikt het woord "schuifaf" in plaats van "glijbaan". "Schuifaf" is maar in een klein gebiedje rond Vilvoorde bekend, en kende tijdelijk een bredere verspreiding omdat het ooit de titel van een kinderprogramma was dat werd gemaakt door een tv-zender … in Vilvoorde! Toen het programma verdween, zakte ook het woord weg.

Tegelijk is de ijver voor een algemeen Vlaams een slag in het water. Vlamingen die denken dat Algemeen Vlaams gemakkelijker zou zijn dan Standaardnederlands, vergissen zich. Ze zouden hun taalgebruik nog altijd moeten aanpassen aan dat van anderen. Het blijft vechten tegen de rode balpen. Een standaard blijft een standaard, en niemand wordt daarmee geboren.

Het boekje wekt de indruk dat er over de grens een standaard bestaat, die er niet is. De lezer riskeert zijn taal aan te passen zodat hij nog minder begrepen wordt en bovendien in de verkeerde context met de verkeerde zinsneden uitpakt.

Wat is dan de verdienste van "Gluren bij de buren"?
Het kan een leuk cadeauboekje zijn. Uiteindelijk zijn al die taalverschillen amusant. Je merkt aan de ruime lay-out dat men er een luchtig boekje van wou maken. Er staan zelfs wat cartoons in.
Spijtig genoeg is alleen de lay-out luchtig. De teksten vertellen af en toe een grap op basis van clichés of van "plezante woorden" zoals "poepen". Ook is de uitleg soms onduidelijk. Veel brengt het ons niet bij. Gelukkig kun je het op één avond uitlezen. Het is iets voor onder de kerstboom. Die wordt na de feesten ook in brand gestoken.

Gluren bij de buren, Heidi Aalbrecht & Pyter Wagenaar, inleidingen: Rik Schutz & Ludo Permentier, 2016, Utrecht/Antwerpen, Van Dale uitgevers, paperback, 21x12 cm, 130 p's,
isbn 978-94-6077-311-2
prijs: 12,50 euro

woensdag, 11 januari 2017
gluren bij de buren, taal, nederlands, vlaams, taalverschillen

13:44 Gepost door --- in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: gluren bij de buren, heidi aalbrecht, pyter wagenaar, taal, taalverschillen, nederlands, vlaams | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print | Pin it! | | |

16-12-09

Tekst van de besluitenlijst Comité van Ministers van 23 april 2007

Wegens het belang hiervan voor de Nederlandse taalgemeenschap, nemen we het hier integraal over:

66ste vergadering van het Comité van Ministers - Breda, 23 april 2007

1. Actieplan en begroting 2007

Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, gelet op

* de overdracht per 1 januari 1986 van de Prijs der Nederlandse Letteren aan de Nederlandse Taalunie,

* zijn besluit van 10 mei 1988 inzake de vaststelling van het reglement van de Prijs der Nederlandse Letteren,

* zijn besluit van 25 april 2005 tot herziening van het reglement van de Prijs der Nederlandse Letteren,

* de voordracht door de jury voor de Prijs der Nederlandse Letteren 2007, besluit

om tot laureaat voor de Prijs der Nederlandse Letteren 2007 uit te roepen: Jeroen Brouwers

2. Meerjarenbeleidsplan en conceptbegroting 2008-2012

Het Comité van Ministers stelt 'Nederlands zonder drempels; meerjarenbeleidsplan 2008 - 2012' van de Nederlandse Taalunie vast. De bijbehorende begroting wordt vastgesteld onder voorbehoud van de jaarlijkse begrotingsvaststelling.

Oriëntaties

Gebruikers van de Nederlandse taal mogen niet op communicatieve en informatieve drempels stuiten. De Nederlandse Taalunie ziet zich in de komende periode voor de taak gesteld de taal en haar gebruikers zodanig te faciliteren dat aan dit uitgangspunt tegemoet gekomen kan worden. Het Comité van Ministers acht de volgende oriëntaties als richtinggevend in de komende periode:

A taalgebruiker én taal centraal; functioneel georiënteerd;

B denken en werken vanuit de taalgebruikers; doelgroep- en publieksgeoriënteerd;C resultaten die aanslaan; doel- en effectgeoriënteerd;

D leren van anderen; omgevingsgeoriënteerd;

E inhoudelijke oriëntatie

* (laten) ontwikkelen, ontsluiten, onderhouden van een infrastructuur van en over het Nederlands;

* meertaligheid;

* dwarsverbanden tussen werkterreinen.

Uiteraard blijft het Taalunieverdrag aan de basis liggen van alle activiteiten. Dit impliceert onder andere dat activiteiten steeds vanuit een Nederlands-Vlaams-Surinaams perspectief bezien worden.

Begroting

De begroting in de periode 2008-2012 wordt constant gehouden met de begroting in de periode 2003-2007. Op twee punten stemt het Comité van Ministers in met een (tijdelijke) uitbreiding van de begroting:

* de Verdragspartijen leveren voor de duur van de meerjarenbeleidsperiode op projectbasis een extra inspanning voor het werkterrein onderwijs binnen het taalgebied van in totaal € 69.000,- (€ 46.000 voor Nederland, € 23.000 voor Vlaanderen) op jaarbasis;

* de Verdragspartijen hogen de begroting van de Taalunie structureel op voor het (versneld) vullen van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) met een geoormerkt bedrag van € 600.000 (€ 400.000 voor Nederland, € 200.000 voor Vlaanderen) op jaarbasis.

Rekening houdend met de (tijdelijke) uitbreiding wordt als financiële basis voor de jaarlijkse begroting uitgegaan van € 9.461.000, naar rato bij te dragen door Nederland (€ 6.128.000) en Vlaanderen (€ 3.333.000). Daarnaast is er sprake van overige inkomsten, zoals inkomsten uit royalty's of bijdragen door derden. Deze 'overige inkomsten' variëren van jaar tot jaar.

De bijdrage van Suriname bestaat uit de noodzakelijke capaciteit en huisvesting om de plannen te kunnen realiseren. Daarnaast draagt Suriname op projectbasis bij aan onder andere de uitvoering van het onderwijsprojecten in Suriname.

3. Conceptactieplan en conceptbegroting 2008

Het Comité van Ministers stelt de conceptbegroting 2008 van de Nederlandse Taalunie vast en keurt het conceptactieplan 2008 goed. De conceptbegroting is opgebouwd uit € 9.741.000 bijdragen en € 3.005.000 overige inkomsten. Van de bijdragen wordt € 6.309.000 ter beschikking gesteld door het Nederlandse ministerie van OCW en € 3.432.000 door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. Beide ministeries reserveren dit bedrag voor het werkjaar 2008 alvast op hun begroting.

Daarnaast stelt het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling van de Republiek Suriname capaciteit beschikbaar voor het realiseren van activiteiten in het kader van de Nederlandse Taalunie die zijn gericht op Suriname. Het conceptactieplan en de conceptbegroting 2008 van de Nederlandse Taalunie worden voor commentaar voorgelegd aan de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren en de Interparlementaire Commissie.

4. Spellingcommissie - samenstelling en opdracht

Het Comité van Ministers is de mening toegedaan dat met de laatste, relatief bescheiden aanpassingen in de Woordenlijst Nederlandse Taal, de spelling van het Nederlands nagenoeg volledig beschreven is. Dit impliceert dat nu het accent kan komen te liggen op beheer, onderhoud en het volgen van de natuurlijke ontwikkeling van de taal (actualisering). Tegen deze achtergrond en rekening houdend met de conclusies uit de Evaluatie van de Werkgroep Spelling en de aanbevelingen uit de brief van de Raad der Nederlandste Taal en Letteren van 16 februari 2007, besluit het Comité van Ministers:

* niet eerder dan in 2010 een opdracht te formuleren voor een pas dan te benoemen nieuwe Commissie Spelling van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren, ter voorbereiding van de in 2015 te verschijnen geactualiseerde editie van de Woordenlijst Nederlandse Taal;

* de leden van de zittende Commissie Spelling te verzoeken:

- een eindversie van de zogenoemde Technische Handleiding tot stand te brengen die zich leent voor openbaarmaking en

- zich beschikbaar te houden voor advisering over interpretatieproblemen binnen de huidige spellingregels;

* door het Algemeen Secretariaat in kaart te laten brengen welke problemen in het basis- en secundair/voortgezet onderwijs Nederlands worden ervaren bij het spellingonderwijs en op welke manier men bij het oplossen daarvan zou kunnen en willen worden ondersteund;

* door het Algemeen Secretariaat in kaart te laten brengen welke technische problemen media en uitgevers ervaren bij het toepassen van de officiële spelling en op welke manier men bij het oplossen daarvan zou kunnen en willen worden ondersteund;

* de geactualiseerde Woordenlijst 2015 in digitale vorm als basisdocument beschikbaar te maken; de Nederlandse Taalunie zal niet als auteur van een commerciële uitgave in boekvorm optreden.

5. Evaluatie EFNIL

Het Comité van Ministers heeft kennis genomen van het evaluatierapport van het Algemeen Secretariaat over de doelstellingen en verwezenlijkingen van de Europese Federatie van Nationale Taalinstellingen (EFNIL) en over de positie van de Nederlandse Taalunie daarbinnen.

Het Comité van Ministers heeft ook kennis genomen van het voorstel voor de samenstelling van een externe evaluatiecommissie. Het vraagt de algemeen secretaris:

* de eigen evaluatie aan te vullen met een beperkte enquête onder de andere

* lidorganisaties van EFNIL over hun motieven voor toetreding tot EFNIL, hun ervaringen tot nu toe, hun verwachtingen voor de toekomst en hun perceptie van rol en positie van de Nederlandse Taalunie in het geheel;

* een evaluatiecommissie ad hoc samen te stellen. De commissie moet voorafgaande aan de najaarsvergadering van het Comité een rapport met aanbevelingen voorbereiden, op basis van de notitie van het Algemeen Secretariaat, van de enquête onder andere lidorganisaties van EFNIL en eventuele eigen contacten.

Op basis hiervan zal het Comité in oktober 2007 besluiten over de positionering van de Taalunie ten aanzien van de Federatie gedurende de nieuwe beleidsperiode 2008 - 2012.

Kwakkel

Taalunieversum doet het bericht over een wijziging in 2015 af als een kwakkel.

Klik hier voor het volledig artikel.

Een uittreksel:

"Het ANP heeft vandaag het bericht verspreid dat de Nederlandse Taalunie volgend jaar begint met de voorbereidingen van nieuwe spellingsregels, die in 2015 verschijnen.

Dat is niet juist. Reeds in 2007 liet het Comité van Ministers weten dat het regelsysteem van de Nederlandse spelling met de editie van 2005 is voltooid. De ministers van de Taalunie stellen in hetzelfde besluit dat daarom bij nieuwe edities van de Woordenlijst Nederlandse Taal (Groene Boekje) het accent kan komen te liggen op beheer en onderhoud.

Ze schrijven ook:

"De Taalunie is zich er goed van bewust dat de meeste taalgebruikers geen nieuwe spellingregels wensen."

Het lijkt tot hen door te dringen.

De volledige tekst van het besluit.

Bindt Taalunie in?

Nu op De Standaard Online:

>

Taalunie houdt woordenlijst weer tegen het licht>

* woensdag 16 december 2009>

* Bron: DS/ANP>

* Auteur: svh, wle>

NIJMEGEN - De Nederlandse Taalunie actualiseert in 2015 de Woordenlijst Nederlandse Taal. Het gaat niet om een hervorming van de spellingsregels. >

Al in 2007 besliste het Comité van Ministers weten dat het regelsysteem van de Nederlandse spelling met de editie van 2005 is voltooid.>

Bij nieuwe edities van de Woordenlijst Nederlandse Taal, zoals de geplande herziening van 2015, moet het accent kan komen te liggen op 'beheer en onderhoud'. Ten vroegste volgend jaar wordt de commissie samengesteld die zich over de mogelijke aanpassingen moet buigen.>

Volgens de Taalunie is niemand vragende partij voor het opstellen van nieuwe spellingregels. De aanpassign moet dan vooral ook voor 'meer gebruiksgemak' zorgen. De nieuwe lijst moet dan ook vooral woorden bevatten die nog niet in de oude staan, en moet beter doorzoekbaar zijn.>

Een nieuwe papieren editie van 'het Groen Boekje' komt er niet. Voortaan volstaat een gratis digitale lijst, aldus de Taalunie. >

Eerder vandaag had taalkundige Anneke Neijt van de Radboud Universiteit in het Nederlandse Nijmegen gevraagd om aanpassingen die de spelling eenvoudiger moeten maken.>

Leugenaars

Op De Standaard Online lees ik:

NIJMEGEN - De Nederlandse Taalunie begint volgend jaar met de voorbereidingen van nieuwe spellingsregels, die in 2015 verschijnen. In dat jaar komt de nieuwe versie van de Woordenlijst Nederlandse Taal uit, beter bekend als het Groene Boekje.

Taalkundige Anneke Neijt van de Radboud Universiteit in het Nederlandse Nijmegen hoopt dat aanpassingen de huidige spelling eenvoudiger zullen maken en beter uit zullen leggen.

'Het gebruiken van de tussenklank zoals de tussen-n en de tussen-s is sinds de vorige aanpassing nauwelijks uit te leggen voor docenten. Ook is er een zekere willekeur in het gebruik van de c in een woord als insect, terwijl in elektriciteit de k is gehandhaafd. Ik zou zeggen: maak een keuze en hou je aan de gekozen systematiek', zegt de professor, die woensdagavond ook weer figureert als jurylid van het Groot Dictee der Nederlandse Taal.

Nochtans konden eerder melden:

"De Taalunie zegt nu dat er ‘Nooit plannen spellingsherziening in 2015’ waren,"

En we konden ook melden:

"Minister Anceaux kwam aan Schinkelshoeks wensen tegemoet. Als er in 2015 iets gebeurt, zal het niet meer zijn dan het "toevoegen van nieuwe Nederlandse woorden en uitdrukkingen" aan de officiële woordenlijst, zei hij."

Wat is er nu weer aan de hand?

Toen de politiek besloot het toezicht over onze spelling volledig in handen te leggen van de Taalunie, heeft ze een grote fout gemaakt, zelfs in zoverre dat die unie er nu voor kan zorgen dat democratisch gekozen politici leugenaars worden.

18-03-09

Toch weer twee spellingen?

We hadden gedacht dat we op deze blog niets meer te melden hadden, nadat in juni vorig jaar onder druk van het Vlaamse en het Nederlandse parlement, de Taalunie had beloofd dat er in 2015 geen spellingwijziging zou komen.
Dat lijkt voorlopig zo te blijven, maar het is toch wel eens interessant om het onderstaande bericht te lezen:

Nederlandse Taalunie erkent tweedeling in spelling

De Nederlandse spelling kent twee soorten regels: regels voor 'gewone' taalgebruikers en regels voor taalprofessionals en hobbyisten (de zogenaamde Groot Dicteeregels). Dat schrijven Ludo Permentier, auteur van de Leidraad in het Groene Boekje, en Rik Schutz, projectleider spelling bij de Nederlandse Taalunie, in het nieuwe nummer van Levende Talen Magazine, waar ze de kans kregen een uitgebreide oratio pro domo te schrijven.
Ze wringen zich in vreemde bochten om de spelling te verdedigen. Ze onderscheiden zelfs twee soorten spelfouten: gewone fouten, die je niet mag maken als je een tekst schrijft 'in het echte leven', en de zogenaamde Groot Dicteefouten, die je alleen kunt vermijden als je alle regels uit de Leidraad van het Groene Boekje kent. Permentier en Schutz zeggen niet waar de grens tussen de lekenspelling en de Groot Dicteespelling precies ligt.

21:37 Gepost door --- in Algemeen | Permalink | Commentaren (8) | Tags: spelling, taal, taalprobleem, taalkunde | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print | Pin it! | | |

13-06-08

Taalunie: ‘Nooit plannen spellingsherziening in 2015’

De Taalunie zegt nu dat er ‘Nooit plannen spellingsherziening in 2015’ waren, maar wie garandeert dat?
In 1995 zegden ze ook dat de regels van 1995 niet meer zouden worden aangepast, maar in 2005 gebeurde het toch. Wie gelooft die mensen nog?
De uitspraak van deze week is dus géén overbodig bericht.
Overigens ontkende Jan Schinkelshoek direct dat de Taalunie géén plannen had voor een hervorming in 2015.
Hieronder vatten we de oorspronkelijke berichten uit Boekblad over de kwestie samen.
Er volgt ook een samengevatte reactie onder van Vincent Schmitz van Prometheus/Bert Bakker, gevolgd door de samengevatte opmerkingen van Jan Schinkelshoek.
De volledige teksten staan op Boekblad.


Taalunie: ‘Nooit plannen spellingsherziening in 2015’ (+ 1 reactie)

12 juni 2008 - (...) Volgens de Taalunie stond een dergelijke [spelling]herziening [in 2015] niet eens op de agenda.

Projectleider Spelling Rik Schutz van de Taalunie wijst (...) Jan Schinkelshoek aan als bron van wat hij een groot misverstand noemt.
Schinkelshoek zei (...): ‘alsjeblieft geen wijzigingen!'. Ervan uitgaande, dat de Nederlandse spelling iedere tien jaar tegen het licht zou moeten worden gehouden.

(...) Schutz: ‘Jaren geleden hebben we al aangekondigd dat er geen veranderingen in de spelling zouden komen. In 1995 werden nieuwe regels over de tussen-n ingevoerd, tien jaar later kwamen daar regels bij voor uitzonderingsgevallen die waren overgebleven.'

Wel maakt De Taalunie regels voor detailkwesties waarvoor geen regels bestonden, zoals (...).
‘Dat gebeurt naar aanleiding van vragen aan de Taalunie door taalgebruikers. (...).'

De spellingswijzigingen in huidige vorm voeren terug tot 1954, zegt Schutz:
‘De spelling was al tientallen jaren hetzelfde gebleven, terwijl de taal sterk veranderde. In 1995 is de woordenlijst aangevuld, maar de ministers hebben toen gezegd dat het voortaan niet meer zo lang zou mogen duren. Wat niet wilde zeggen dat de spelling iedere tien jaar op de schop moet.'

Uitgever Wouter van Oorschot legde al in 1995 de toenmalige spellingshervorming naast zich neer (... en vond steun bij NRC Handelsblad en de Volkskrant). (...)
Van Oorschot is het er niet mee eens dat een commissie van deskundigen een spellingsherziening kan doorvoeren:
‘Daar moet je de schrijvers bij betrekken, de kunstenaars die in eerste instantie de taal vorm geven, en de mensen op de werkvloer. (...)'
Schutz [zei o.a.]:
‘(...) Wouter van Oorschot is niet bij zijn volle verstand als hij ons Duitsland als voorbeeld voorhoudt, maar hij heeft helemaal gelijk als hij zegt: zoek het maar uit. Niemand kan je dwingen om een bepaalde spelling te gebruiken, behalve als je voor de klas staat of ambtenaar bent. Van Oorschot moet zijn schrijvers vooral hun eigen spelling laten gebruiken. Van de schrijvers van voor de Tweede Wereldoorlog lezen we alleen nog Nescio en Multatuli, en die trokken zich niets aan van spellingsregels.'
Jan Schinkelshoek was niet bereikbaar voor commentaar. (Enno de Witt)



Reactie Vincent Schmitz (Prometheus/Bert Bakker)

Er was volgens mij lang niet zo veel onrust ontstaan als de Taalunie in 2005 daadwerkelijk alleen de nieuwe regels van 1995 had aangescherpt en regels voor enkele 'uitzonderingsgevallen' had aangepast.
Toen echter in 2005 de nieuwe druk van het Groene Boekje verscheen, bleken daar tal van andere, onverklaarbare veranderingen in doorgevoerd ten opzichte van de druk uit 1995.

(...)
plotseling verdwenen er koppeltekens uit woorden als sociaal- democraat en Tweede-Kamerlid;
woordafbrekingen als cata-strofe, manu- script en illustratie bleken voortaan fout te zijn (volgens de laatste druk moeten opmerkelijk veel woorden heel anders worden afgebroken);
een woord als appèl verloor zijn accent;
hele tijdperken verloren hun hoofdletter (middeleeuwen), terwijl feestdagen er plots wél een kregen (Moederdag),
etc. (...)
Dat in het Groene Boekje in 2005 slechts de regels van 1995 zijn aangescherpt, is kortom aantoonbaar onwaar.
Ik waag dan ook te betwijfelen dat in een nieuwe druk die al dan niet in 2015 verschijnt, slechts nieuwe woorden worden opgenomen.

Vincent Schmitz ,redacteur/hoofd bureauredactie Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker



Jan Schinkelshoek: spellingshervorming zat wel in de planning

13 juni 2008 - Volgens de Taalunie waren er nooit plannen voor een tienjaarlijkse spellingswijziging.
Volgens Jan Schinkelshoek, CDA- parlementariër en tevens lid van de commissie die toezicht op de Taalunie houdt, wel en hij stak daar een stokje voor. (...)
Jan Schinkelshoek intussen las in het beleidsplan voor de komende jaren wel degelijk het voornemen om per 2015 een nieuwe spellingswijziging door te voeren:
‘In 2009 zou een commissie met de voorbereidingen beginnen. Ik heb de minister gevraagd om dat niet te doen. Voorzitter Anciaux heeft uiteindelijk beloofd dat het niet zou gebeuren. Hoe de Taalunie erbij komt dat de plannen er niet waren weet ik niet. De formulering in het beleidsplan riep in ieder geval de suggestie op dat iedere tien jaar de spelling zou worden herzien. Daarover is nu helderheid: het gebeurt niet.'
Wie heeft gelijk: de Taalunie of Jan Schinkelshoek? Lees het beleidsplan van de Nederlandse Taalunie en oordeel zelf.

zie Boekblad

12:50 Gepost door --- in Actualiteit | Permalink | Commentaren (0) | Tags: spelling, taal, taalkunde, taalprobleem | |  del.icio.us | | Digg! Digg |  Facebook | |  Print | Pin it! | | |